INTERVIEW | Dries Meerts, Belgian Saxophone Choir



Dries Meerts, student aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen, is 23 jaar en heeft de zakelijke leiding over het Belgian Saxophone Choir (BSC). BAAS had met hem een gesprek over het belang van een sterk organisatorisch kader om creativiteit ten volle te kunnen laten bloeien, de criteria ‘groeipotentieel’ en ‘credibiliteit’ in de cultuursector en sponsorsamenwerkingen over de landsgrenzen heen.


[BAAS] Dag Dries. We vallen meteen met de deur in huis. Hoe is Belgian Saxophone Choir ontstaan? Ik heb zelf altijd saxofoon gespeeld en wilde daar graag iets verder mee doen. Daarom heb ik een vzw opgericht waarin ik nu de rol van voorzitter opneem. Deze vzw is een saxofoonensemble met een socio-culturele werking. Voilà, da’s heel kort de ontstaansgeschiedenis van BSC. (lacht)


[BAAS] Da’s inderdaad kort en bondig. We komen er verderop in het interview ongetwijfeld nog op terug. Maar misschien eerst naar de sax. Hoe is je liefde voor het instrument ontstaan? Mijn passie is een rechtstreeks gevolg van de geweldige klank en het enorme palet aan kleuren dat de saxofoon kan voortbrengen. Mijn keuze was dan ook snel gemaakt toen ik als kind een instrument moest kiezen. Die warmte, dat volume en die techniek vind je immers bij niet veel andere instrumenten terug. Binnen de symfonische orkesten, waar professionele spelers betaald worden om er deel van uit te maken, is de sax wel een beetje een buitenbeentje. Zo komen er in België ieder jaar slechts één tot twee plaatsen vrij voor muzikanten. Dit is anders in vergelijking met andere instrumentengroepen binnen de symfonische orkesten. Daar hebben de strijkers en koperblazers bijvoorbeeld een plaats in het Belgian National Orchestra. Er is dus niet veel plek binnen het orkestwerk voor saxofonisten wat maakt dat het saxofoon wereldje een erg concurrentiële omgeving is. De klassen voor sax zijn daarnaast ook heel erg afgescheiden van de rest van het conservatorium. Ze liggen geografisch tamelijk verspreid en er is weinig uitwisseling tussen de instellingen. Brussel, Gent, Leuven en Antwerpen hebben erg goede klassen. Ook is de klas van Luik sinds de aanstelling van hun nieuwe docente sterk in opmars.

[BAAS] Veel mensen houden van een muziekinstrument, maar starten daarom nog niet meteen een ensemble op. Waarom voelde jij de nood aan de oprichting van een socio-culturele vereniging?

Dat idee kwam niet zomaar in me op. Eerst heb ik gezeteld in verschillende overlegcomités en adviesraden van de studentenraad van het Conservatorium. Daarnaast heb ik ook het voorzitterschap opgenomen van de studentenvereniging Sphinx. Daar kon ik een kader opstellen om grensoverschrijdend gedrag binnen de muren van het conservatorium bespreekbaar te maken en dit ook effectief te bestraffen. Hetgeen niet evident is wanneer je bedenkt dat er voor een docent destijds best veel ruimte was om misbruik te maken van hun machtspositie. Door Sphinx om te vormen tot een vzw, heb ik alle tips and tricks geleerd die ik nu kan gebruiken in het besturen van een vzw. Momenteel ben ik ook de voorzitter van de Algemene Studentenraad van AP Hogeschool. De oprichting van BSC gebeurde dus niet van de ene dag op de andere.


"Wanneer men denkt aan een zakelijke functie wordt daaruit al te vaak afgeleid dat er van creativiteit geen sprake kan zijn. Maar een goede zakelijke leider moet ook creatief kunnen meedenken."

[BAAS] Wat doet het Belgian Saxophone Choir juist?

Het BSC brengt studenten klassieke saxofoon en pas afgestudeerde saxofonisten samen in zijn ‘doorstroom-ensemble’. De leden van het 13-koppig ensemble staan samen op het podium in verschillende bezettingen, gaande van duo tot de voltallige doorstroomgroep.

Het ensemble organiseert ieder jaar audities om zijn rangen aan te vullen en nieuwe muzikanten de kans te bieden om ervaring op te doen. Onder andere dankzij mijn ervaring bij Sphinx heb ik geleerd dat een sterk organisatorisch kader altijd een goede start is. Gewoon in het wilde weg iets beginnen doen, zonder onderzoek of voorafgaande gesprekken, leidt vaak nodeloos tot een verspilling van energie. Toen we beslisten om effectief te starten met het BSC, was het al snel duidelijk dat de structuur van een vzw hiervoor het meest geschikt zou zijn. In de beginfase hadden we muzikanten gezocht voor het oorspronkelijke ensemble. Het eerste concert was quasi uitverkocht en dit zonder al te veel reclame of promotie. Toen wisten we dat we een gevoelige snaar hadden geraakt. (lacht)


[BAAS] Wat is de rol van een voorzitter binnen BSC?

Ik ben eigenlijk verantwoordelijk voor de zakelijke en organisatorische leiding. Subsidiedossiers rond krijgen, sponsoring aantrekken en veel netwerken zijn dus dagelijkse bezigheden. Daarnaast houd ik me ook bezig om op een strategisch niveau antwoord te vinden op de vraag hoe we verschillende kleinere projecten die continu ontstaan binnen en buiten onze eigen werking, bijvoorbeeld het Masterclass Festival en BSC Academy, met elkaar kunnen verbinden. Zelf speel ik niet mee in het ensemble. Ik focus mij uitsluitend op het zakelijke aspect ervan en creëer hierdoor ruimte waarbinnen anderen zichzelf artistiek kunnen uitleven.


[BAAS] Je hebt een uitgesproken zakelijke rol. Botst dit wel eens met de meer muzikale en creatieve talenten binnen BSC?

Wanneer men denkt aan een zakelijke functie wordt daaruit al te vaak afgeleid dat er van creativiteit geen sprake kan zijn. Maar een goede zakelijke leider moet ook creatief kunnen meedenken. Een creatieve mindset is niet noodzakelijk tegengesteld aan een meer administratief profiel. Ik kan me dus zeker ook uitspreken over de artistieke aspecten van het ensemble. Maar de eindverantwoordelijkheid hiervoor ligt bij anderen. Constructieve, opbouwende feedback werkt in twee richtingen. De artistieke cel is ook kritisch voor de dingen die ik oplever. Belangrijk is dat we samen achter de dingen staan die we produceren.


[BAAS] Hebben jullie een bepaalde financiële strategie binnen BSC?

Zoals dit voor erg veel vzw’s waarschijnlijk geldt: minder afhankelijk worden van overheidssteun. Soms lijkt er wel willekeur te leven binnen eenzelfde regering en dan nog is er de onzekerheid bij het veranderen van een legislatuur. Minister Jambon knipt met de vingers en plots verandert alles. Nu los daarvan stroomt de subsidiekraan al lang niet meer zo gul als vroeger. Wij zijn dus met onze werking ook vaak aangewezen op privégeld en sponsoring.


[BAAS] Laten we even advocaat van de duivel spelen. Waarom zijn subsidies nog steeds een evidentie binnenveel cultuurorganisaties? Een ondernemer die geen afnemers vindt voor zijn of haar product of produceert aan te hoge kosten gaat simpelweg kopje onder.

Dat is inderdaad de klassieke marktlogica. Maar deze is toch wel wat beperkt. Economisch gezien is het voor een overheid wél zinvol om te investeren in kunst en cultuur. Immers, beide zijn onlosmakelijk verbonden met de identiteit van een samenleving. Het bepaalt hoe mensen leven, hoe mensen denken. In die zin is kunst en cultuur dus ook educatie en helpt het om progressief, los van het huidige status quo, te blijven denken. Dit is net hetzelfde als investeringen om de klimaatverandering terug te dringen of toch minstens af te remmen.


Aan de producties die binnen de cultuursector worden opgeleverd hangt vaak een stevig prijskaartje vast . Als je een bepaalde kwaliteitsgarantie wil bieden en je zou de volledige productiekost doorrekenen aan de bezoekers dan kom je op bedragen uit die nooit betaald zouden worden. Daarop kan je argumenteren dat dergelijke hoge kwaliteitseisen geen bestaansrecht hebben. Maar dan werk je een verschraling van het aanbod in de hand en l